Algemeen

Onze uitdaging

Meer dan ooit is bewegen een werkwoord.

De basis voor een goede motorische ontwikkeling wordt al gelegd in de eerste levensjaren met als optimale periode tussen de leeftijd van 2 en 8 jaar. Bewegen beïnvloedt het fysiek, cognitief, sociaal en emotioneel proces bij kinderen. Het is dus enorm belangrijk dat uw kind alle motorische ontwikkelingsdomeinen in die periode van zijn leven onder de knie krijgt.

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat onze jonge kinderen steeds minder en minder bewegen.

Het kinderspel dat zou moeten bestaan uit grove motorische bewegingen, wordt veelal vervangen door televisie kijken, op de computer spelen en rustige activiteiten. Vele jonge kinderen kunnen niet meer knikkeren, schommelen, fietsen, hoelahoepen, touwtjespringen, in bomen klimmen,… Op straat spelen is gevaarlijk en om op een speelterrein of in een bos te gaan spelen, is er zogezegd te weinig tijd. Als er in deze cruciale periode iets ontbreekt of onvoldoende tot ontwikkeling komt, kan dit gevolgen hebben op latere leeftijd. Onderzoek leert ons dat er vaak een samenhang bestaat tussen een motorische achterstand en leerstoornissen en leermoeilijkheden op latere leeftijd.

Aangezien wij een actief bewegingsleven en een hopelijk succesrijke sportcarrière voor ogen houden, proberen we dit tekort aan bewegingservaring in te vullen met ons nieuw sportkriebel concept.

Sportclubs en naschoolse sport kunnen een antwoord bieden, maar welke sport???? De gevaren van een vroege sportkeuze zijn meestal te snelle specialisatie of te vrijblijvend sportshoppen. (Top)Sport blijft voor velen een droom door een te beperkte motorische basis en een te vrijblijvende opleiding met vele hiaten. Met dit concept willen we een poging doen tot succesbeleving doormiddel van systematisch en doordacht opleiden van sportvaardigheden voor het leven.

Onze visie

We willen meewerken en zoeken naar de maximale ontwikkeling van elk kind. Vooral motorisch maar ook cognitief, emotioneel en sociaal. De ontwikkeling start reeds voor de geboorte en stopt eigenlijk nooit, maar in de periode tot 8 jaar gaat alles heel snel en is de vorming van het lichaamsplan cruciaal. Daarom hebben we gekozen om per levensjaar te werken in kleine groepjes met gediplomeerde lesgevers aan de verschillende bewegingsthema ’s (met hun specifieke bewegingsproblemen) uit de 4 basis bewegingsdomeinen (spel, turnen, dans, zwemmen). Dit wordt gespreid over verschillende sessies en specifieke locaties. Vanaf het 2de leerjaar is er ruimte om naast ons algemeen basis sportconcept reeds te proeven van een sportspecifieke club naar keuze.

Sportkriebel doelen:

Kinderen in hun motorisch optimale levensfase systematisch stimuleren en instrueren in de fundamentele bewegingsvaardigheden en attitudes.

De grondslagen van belangrijke motorische & sportspecifieke vaardigheden worden via de stap voor stap-, probleemoplossingen- en ontdekkingsmethode aangeleerd.

De interactie tussen de 4 gekozen bewegingsdomeinen (turnen, (bal)spelen, dans en zwemmen) is enorm aanvullend en leidt steevast naar ‘win- win situaties‘ waardoor we efficiënt en systematisch –met oog voor transfer- de algemene en sociale vaardigheiden kunnen uitbouwen.

Meer nog dan kennismaking is het de bedoeling de kinderen voor te bereiden op sportspecifieke opleidingen.

Op het einde van de opleiding zullen de kinderen beschikken over een goede brede motorische basis. Anders dan in een sportspecifieke opleiding willen wij niet te snel specialiseren waardoor belangrijke vaardigheden zouden verwaarloosd kunnen worden. Een basisvorming is dus geen sportinitiatie (~> omnisport), ze beoogt het aanleren van omnivalente vaardigheden en attitudes die in andere situaties toepasbaar zijn.(~> multisport)

Via dit sportconcept leren de kinderen ontdekken waar hun interesses en kwaliteiten liggen. Dit zal uiteraard de keuze naar een sportspecifieke opleiding duidelijker en concreter maken. De grootste vooruitgang (leerschool) kan je boeken wanneer de kinderen iets doen wat hen interesseert en waarbij zij herhaaldelijk succeservaringen kunnen beleven.

De zaterdag en zondag houden we vrij als familiedag, voor jeugdbeweging of voor andere extra initiatieven.

Alle aandacht en energie gaat naar de maximale ontplooiing van de mogelijkheden van de kinderen. (kleine groepen, pedagogische aanpak, goede accommodatie, kindvriendelijk materiaal,…)

Dit concept is uiteraard ideaal om een aanzet te geven en de aandacht te vestigen op een actief ‘bewegings’-leven.

BEWEGINGSDOMEINEN:

  1. Dans: muzikale en dansante vorming, bewegen op ritme, basis ballet, posities & houdingen, pirouettes, gymnastische sprongen, lenigheid, hoelahoepen, …
  2. Spel : loop-, mik-, tik-, stoei-, jongleer- en passeerspelen, (bal)vaardigheden, (bal)spelen, rijden, glijden, (stelt)lopen, …
  3. Turnen: van houdingsscholing, klimmen, balanceren, zwaaien, duikelen, springen, steunen, hinkelen,. naar vormspanning, grond, sprong, barre, balk, trampoline, partneroefeningen, touwspringen, …
  4. Zwemmen: basis watergewenning, aanleren basis zwemstijlen (SS. & CR. op buik en rug), vervolmaking zwemstijlen

BEWEGINGSTHEMA’S:

  • Houdingsscholing (versterken & versoepelen, vormspanning) + attitudevorming (inzet, luisterhouding, aandacht, zin voor afwerking, ontwikkelen basiseigenschappen: Kracht, Lenigheid, Uithouding, Snelheid, Coördinatie
  • Klimmen (verplaatsen steunpunten: handen & voeten, klimmen, dalen, traverseren, hangen, …)
  • Steunen (leren steun behouden op contactpunten: hand(en), voet(en), bovenarmen,…
  • Balanceren (stapklossen,ton lopen, bal lopen, evenwicht, houdingen, balk turnen …)
  • Zwaaien (slingeren, touwen, ringen, schommelen, steunzwaaien, hangzwaaien, rek turnen,…)
  • Duikelen (over kop gaan, rollen, rond stok draaien, rek turnen…)
  • Springen (diepspringen, verspringen, hoogspringen, verend springen -> trampoline springen, touwtje springen, hinkelen ->gymnastische sprongen, hindernisspringen->turnsprongen, …)
  • Glijden (glijbaan, schaatsen, schuiven,…)
  • Rijden (go- car, fiets, rolschaatsen, skateboard,…)
  • doelspelen, terugslagspelen, slagspelen
  • Bewegen op muziek (bewegen in de maat, op het juiste moment, op tijd, op het juiste tempo, in de juiste richting, in de juiste volgorde, ballet -/turnhoudingen en posities op muziek, creatief en expressief bewegen op muziek, improviseren op muziek,…)
  • Loopspelen (spelen met nadruk op looptraining)
  • Stoeispelen (spelen met contact met mede/tegen-spelers)
  • Mikspelen (doelgericht werken, scoren)
  • Jongleerspelen (heen en weer spelen (botsen, gooien, rollen))
  • Tikspelen (tegengesteld belang tussen loper en tikker)
  • Passeerspelen (tegengesteld belang tussen balbezitter en balonderschepper)
  • Zwemmen (hoofd in contact brengen met water, aquatische ademhaling,oriënteren in het water,ervaren dat water weerstand heeft, tot evenwichtsherstel komen vanuit horizontale ligging, drijven, volledige onderdompeling->verlengde onderdompeling, sprongen in het water, sprongen van buiten het water, waterspelen, aanleren zwemstijlen (SS&Cr. op buik en rug), brevet- zwemmen

Achtergrondinfo ‘zwem’ les:

De eerste zwemles gaan alle kinderen een aantal vaardigheden doorlopen en maken we op basis van wat de kinderen ons laten zien niveaugroepen. Uiteraard kan en zal er hier afhankelijk van de individuele vorderingen geschoven worden van groep.

Zwemmen was recent volop in de media, ook met sportkriebel passen we deze nieuwe inzichten reeds een aantal jaren toe. Samengevat komt het erop neer dat kinderen eerst watervrij moeten zijn, vooraleer ze kunnen leren zwemmen. Een belangrijke vaardigheid die aantoont dat kinderen klaar zijn om te starten met zwemmen is dat kinderen actief kunnen drijven op rug en buik met hoofd in het water en zonder hulpmiddelen. Dan pas kan er op een goede manier gestart worden met zwemmen. Tot nu toe leerden velen kinderen zwemmen in 10 lessen of leerden ze op school zwemmen terwijl ze eigenlijk nog niet watervrij zijn. Dit resulteerde in een sterk verouderde zwemmethode waarbij men kinderen al jaren lang leert boven te blijven (met hoofd boven water) en vooruit te gaan. ‘Veilig en goed zwemmen’ is meer dan dat. We willen tijd nemen om de kinderen voldoende watergevoel bij te brengen zodat ze vlot zwemmen. Het ‘watervrij’ zijn en het kunnen zwemmen moet samenvloeien. Een keuze maken zou afbreuk doen aan de ontwikkeling van uw kind.

We leren de kinderen ‘watervrij’ bewegen, wie niet kan zwemmen leren we zwemmen, wie kan ‘zwemmen’ gaan we verder vervolmaken door crawl, rugcrawl, startduik, brevet zwemmen, enz. aan te bieden.

Achtergrondinfo multisport. (‘gym’ & ‘spel’ les):

Hier komen alle basisthema’s aan bod. Gaande van houding –en bewegingsopvoeding, via rollen, springen, buitelen naar sprong en rekstokoefeningen tot vrijlopen, omschakelen en balvaardigheid.

De lessen starten vanaf woensdag 13 september 2017
en lopen tot eind mei 2018.

INSCHRIJVINGEN GESLOTEN.